Docentonderzoek

Je krijgt als leraar tijdens je werk in de school op allerlei manieren te maken met kritische situaties. Dit zijn onderwijssituaties waarin je moet zien om te gaan met onvolkomenheden in het onderwijs en waarin je problemen moet oplossen in het onderwijs aan leerlingen. Het kan gaan om al lang bekende en lastige problemen zoals het differentiëren tussen leerlingen met verschillende leerpotentie of het vormgeven aan samenwerkend leren in de klassensituatie. Daarnaast dienen zich nieuwe vraagstukken in het onderwijs aan ten gevolge van maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe technologieën (ICT, social media) en nieuwe inzichten in het leren van leerlingen.

De mening en kennis van de docent zelf komt steeds meer centraal te staan. Jarenlang waren het vooral universiteiten, hogescholen en pedagogische centra die onderzoek deden en nieuwe benaderingen ontwierpen voor het onderwijs, waarna de uitvoering gelegd werd bij de ‘meesters en juffen’. Helaas werkt deze benadering niet altijd goed. Veel nieuwe inzichten en methoden bereiken de school en de klas helemaal niet of niet op de juiste manier. Dit heeft geleid tot het besef dat leraren en scholen een eigen rol moeten spelen bij ontwikkeling en onderzoek; een mogelijkheid die gerealiseerd kan worden via de Academische Opleidingsschool.

Wat is praktijkonderzoek?

Praktijkonderzoek in de school is onderzoek dat wordt uitgevoerd door docenten en studenten (leraren-in-opleiding), waarbij op een systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden verkregen worden op vragen die ontstaan in de eigen onderwijspraktijk en gericht zijn op verbetering van deze praktijk (van der Donk & van Lanen, 2016).